Persephone was de godin die door Hades, de heerser van de duisternis, ontvoerd werd naar de onderwereld , waar ze een aantal jaren bleef. Haar moeder was Demeter, de godin van de vruchtbaarheid en de oogst. Zij was wanhopig toen haar dochter verdwenen bleek en zocht de hele aarde af. Ze kon haar nergens vinden en was zo verdrietig dat ze al het gewas wat groeide op de wereld liet verdorren. Omdat een hongersnood dreigde gebood de oppergod Zeus zijn broer Hades om Persephone terug te sturen.
Hades ging akkoord, maar liet haar voordat ze terug ging een zaad van de granaatappel eten. De granaatappel is een symbool voor het huwelijk. Op die manier zou ze niet voor altijd weg kunnen blijven. Zo is het geregeld dat ze een deel van het jaar bij haar moeder en de hemelse goden kon verblijven, en de rest van het jaar onder de wereld. Dit verklaart de seizoenen op de wereld, omdat Demeter het elke keer winter laat worden als haar dochter weer weggaat.
Als vrouw van Hades stond Persephone in contact met geesten en schimmen.
Persephone staat voor de mens die door een diep dal gaat. Van ieder wordt hierbij contemplatie en innerlijke kracht gevraagd. Persephone laat ons zien dat ieder door zijn eigen diepte heen kan gaan en van daaruit sterker het licht tegemoet kan treden om leven te geven aan de verdorde aarde.

Terugkeer van Persephone uit de hel naar de wereld, begeleid door Hermes - Sir Frederick Leighton 1891